Het onzalige kabinetsplan om de stijging van de OZB niet meer te maximeren heeft weinig gevolgen voor huiseigenaren in Zoetermeer. Dankzij goede afspraken in het collegeakkoord 2006-2010 is er een grens aan de stijging van de gemeentelijke lasten. De belangrijkste gemeentelijke lasten voor inwoners van Zoetermeer zijn de OZB voor eigenaren, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. In het collegeakkoord is door de VVD voor alle drie een maximale stijging bedongen. Voor de eerste twee geldt dat de afvalstoffenheffing en de OZB samen met niet meer dan de inflatie zullen stijgen. In deze constructie is het helaas wel mogelijk dat de OZB stijgt met meer dan de inflatiecorrectie wanneer de afvalstoffenheffing minder stijgt. Bij het laatste begrotingsdebat heeft het college daar voor gekozen en was een meerderheid van de raad het er, tegen de zin van de VVD, mee eens. Dit heeft er toe geleid dat de inwoners met een hoge WOZ waarde relatief wat meer zijn gaan betalen dan de mensen met een lage WOZ waarde. Voor de rioolheffing, die in Zoetermeer pas ingevoerd is na de afschaffing van de OZB voor gebruikers, geldt een maximale jaarlijkse stijging van €15,-. Deze toch wel forse stijging wordt veroorzaakt doordat de compensatie hiervoor vanuit het Rijk langzaam wordt afgebouwd. Met de coalitiepartijen is afgesproken dat de tariefstijging beperkt blijft tot wat er minder gecompenseerd wordt, niet meer €15,- per jaar zal zijn en op z’n vroegst in 2009 (helaas) gedeeltelijk afhankelijk wordt van de hoogte van de WOZ waarde. (VVD) Reageren:josboontjes@raadzoetermeer.nl
.
|